Co-column @ 22 november 2009 16:32 - 1 reacties

Vijf keer per jaar schrijf ik de Co-column voor de PanEssay, hét magazine voor Groninger studenten geneeskunde. Deze tweede column wordt pas eind dit jaar gepubliceerd. Omdat hij nu nog actueel is kan je hem hier alvast lezen.
En daar stond ik toen; in het Lucas ziekenhuis in Winschoten, in een witte jas gevuld met stethoscoop, telefoon, papieren en een lading pennen. Op de gang word je door patiënten al aangesproken als “dokter”. Klinkt heel cool, maar je weet ook dat je in feite helemaal nog niets kunt. Sterker nog; op dat moment kon ik alleen naalden in plastic armen steken, functieonderzoek doen en redelijk fatsoenlijk een anamnese afnemen. Maar ook dat was allemaal surrogaat; met echte patiënten had ik nog niet gewerkt. Dat geeft niet, want je gaat immers de kliniek in om daar te leren hoe het moet.

Ik had het geluk dat ik het JuCo-schap chirurgie in de periferie kon lopen. Een snijdend vak lijkt mij prachtig en het was fijn om te horen dat ik de enige co-assistent was op de afdeling. Dat is vier chirurgen op één co; in een academisch ziekenhuis is dat meer dan vier co’s op één specialist. Kortom, ik ben de afgelopen vijf weken een beetje verwend. Daarnaast kom ik oorspronkelijk uit Winschoten, dus ik kon weer even vijf weekjes onder moeders vleugel vertoeven (en stufi sparen). Tel daar nog eens enkele leuke secretaresses en een boel bekende artsen, zusters en patiënten bij op en je hebt een heel gezellig eerste co-schap.
Maar helaas, met koffie drinken en gezellig doen leer je niets. Er moet natuurlijk een boel gebeuren. Grappig is dan dat eerste moment dat je met een status een spreekkamer in wordt gestuurd; de eerste patiënt wacht op je. Help wat nu? Waar stond ALECOBO ook alweer voor? En hoe schrijf ik dat allemaal in medische taal op? Vreemd genoeg verliepen de gesprekken best soepel; de systematiek die ons wordt geleerd in het Klinisch Trainings Centrum gaat dan pas vloeien en zodoende leer je al snel een redelijke anamnese af te nemen. Sommige zinnen die je in je hoofd zo mooi had geformuleerd blijken in de praktijk echter niet toepasbaar. “Bent u bekend met een hoge bloeddruk?” is bijvoorbeeld zo’n valstrik. “Nee, want de huisarts controleert dat en nu is het goed.” Wat blijkt: patiënt slikt een flinke lading anti-hypertensiva. Nog zo één: de patiënt geeft aan geen medische voorgeschiedenis te hebben. Als je dan naar het medicijngebruik vraagt blijkt hij/zij bloedverdunners te slikken: “dat is ja voor die ritmestoornissen na mijn hartaanval.”
Maar het mooiste aan chirurgie co-schappen in de periferie is natuurlijk dat je een heleboel dingen zelf mag doen. Bij bijna elke operatie kan je steriel staan en meehelpen. Op een gegeven moment moest ik er zelfs bij zijn vanwege een tekort aan OK-assistenten (lees: griep). En dan sta je er dus ineens met je neus bovenop; operaties, gereedschap en ziektebeelden die je alleen uit de boeken kent. Erg leerzaam, maar bovenal geweldig leuk. De OK is vaak gezellig en serieus tegelijk. Maar ook de Poliklinische OK (POK), de plek voor kleinere verrichtingen, is de stemming vaak goed. Het voordeel van deze setting is dat de patiënt lokaal wordt verdoofd; je kan dus lekker met je handen werken én contact houden met de patiënt. Als co-assistent mag je hier je eerste operaties uitvoeren; ingegroeide teennagels verwijderen of lipoompjes exciseren. Van verdoving en incisie tot de hechting. Plots doe je alles zelf. En dat voelt goed, want uiteindelijk doe je het hier allemaal voor.
Alle deze positieve ervaringen in de periferie hebben er aan bijgedragen dat tijdens mijn eerste co-schap geen enkel vooroordeel is bevestigd. Je wordt niet afgesnauwd door de chirurg en je bent er niet om koffie te halen. Iedereen staat voor je klaar. Als je ergens mee wilt doen, dan mag dat. En als je met vragen zit, dan wil iedereen je helpen. En de koffie? Die wordt juist voor jou ingeschonken! Het zal even wennen zijn als ik straks in het UMCG terecht kom, want daar komen al die sterke verhalen en vooroordelen immers vandaan. Komende vijf weken staan echter weer in het kader van training. Daarna verhuis ik naar de afdeling gynaecologie en obstetrie. Hopelijk bevalt dat, letterlijk en figuurlijk, een beetje!
En daar stond ik toen; in het Lucas ziekenhuis in Winschoten, in een witte jas gevuld met stethoscoop, telefoon, papieren en een lading pennen. Op de gang word je door patiënten al aangesproken als “dokter”. Klinkt heel cool, maar je weet ook dat je in feite helemaal nog niets kunt. Sterker nog; op dat moment kon ik alleen naalden in plastic armen steken, functieonderzoek doen en redelijk fatsoenlijk een anamnese afnemen. Maar ook dat was allemaal surrogaat; met echte patiënten had ik nog niet gewerkt. Dat geeft niet, want je gaat immers de kliniek in om daar te leren hoe het moet.

Ik had het geluk dat ik het JuCo-schap chirurgie in de periferie kon lopen. Een snijdend vak lijkt mij prachtig en het was fijn om te horen dat ik de enige co-assistent was op de afdeling. Dat is vier chirurgen op één co; in een academisch ziekenhuis is dat meer dan vier co’s op één specialist. Kortom, ik ben de afgelopen vijf weken een beetje verwend. Daarnaast kom ik oorspronkelijk uit Winschoten, dus ik kon weer even vijf weekjes onder moeders vleugel vertoeven (en stufi sparen). Tel daar nog eens enkele leuke secretaresses en een boel bekende artsen, zusters en patiënten bij op en je hebt een heel gezellig eerste co-schap.
Maar helaas, met koffie drinken en gezellig doen leer je niets. Er moet natuurlijk een boel gebeuren. Grappig is dan dat eerste moment dat je met een status een spreekkamer in wordt gestuurd; de eerste patiënt wacht op je. Help wat nu? Waar stond ALECOBO ook alweer voor? En hoe schrijf ik dat allemaal in medische taal op? Vreemd genoeg verliepen de gesprekken best soepel; de systematiek die ons wordt geleerd in het Klinisch Trainings Centrum gaat dan pas vloeien en zodoende leer je al snel een redelijke anamnese af te nemen. Sommige zinnen die je in je hoofd zo mooi had geformuleerd blijken in de praktijk echter niet toepasbaar. “Bent u bekend met een hoge bloeddruk?” is bijvoorbeeld zo’n valstrik. “Nee, want de huisarts controleert dat en nu is het goed.” Wat blijkt: patiënt slikt een flinke lading anti-hypertensiva. Nog zo één: de patiënt geeft aan geen medische voorgeschiedenis te hebben. Als je dan naar het medicijngebruik vraagt blijkt hij/zij bloedverdunners te slikken: “dat is ja voor die ritmestoornissen na mijn hartaanval.”
Maar het mooiste aan chirurgie co-schappen in de periferie is natuurlijk dat je een heleboel dingen zelf mag doen. Bij bijna elke operatie kan je steriel staan en meehelpen. Op een gegeven moment moest ik er zelfs bij zijn vanwege een tekort aan OK-assistenten (lees: griep). En dan sta je er dus ineens met je neus bovenop; operaties, gereedschap en ziektebeelden die je alleen uit de boeken kent. Erg leerzaam, maar bovenal geweldig leuk. De OK is vaak gezellig en serieus tegelijk. Maar ook de Poliklinische OK (POK), de plek voor kleinere verrichtingen, is de stemming vaak goed. Het voordeel van deze setting is dat de patiënt lokaal wordt verdoofd; je kan dus lekker met je handen werken én contact houden met de patiënt. Als co-assistent mag je hier je eerste operaties uitvoeren; ingegroeide teennagels verwijderen of lipoompjes exciseren. Van verdoving en incisie tot de hechting. Plots doe je alles zelf. En dat voelt goed, want uiteindelijk doe je het hier allemaal voor.
Alle deze positieve ervaringen in de periferie hebben er aan bijgedragen dat tijdens mijn eerste co-schap geen enkel vooroordeel is bevestigd. Je wordt niet afgesnauwd door de chirurg en je bent er niet om koffie te halen. Iedereen staat voor je klaar. Als je ergens mee wilt doen, dan mag dat. En als je met vragen zit, dan wil iedereen je helpen. En de koffie? Die wordt juist voor jou ingeschonken! Het zal even wennen zijn als ik straks in het UMCG terecht kom, want daar komen al die sterke verhalen en vooroordelen immers vandaan. Komende vijf weken staan echter weer in het kader van training. Daarna verhuis ik naar de afdeling gynaecologie en obstetrie. Hopelijk bevalt dat, letterlijk en figuurlijk, een beetje!
Dagtripje Keulen @ 19 november 2009 22:36 - 1 reacties

Afgelopen zaterdag met een boel vrienden en familie naar Keulen geweest. Prachtige dom bezichtigd en beklommen, oude meesters (Rembrandt, van Gogh, Munch etc.) bekeken en een bezoekje gebracht aan dé trekpleister van Keulen: de plek waar het beroemde, stinkende oude-vrouwen-geurtje eau de Cologne (4711, Echt Kölnisch Wasser) vandaan komt. Mooie stad.


M.B. Jalink, BSc @ 3 november 2009 00:04 - 5 reacties

Hehe, het is zover; ik heb mijn eerste academische titel binnen. Vanaf vandaag ben ik officieel M.B. Jalink, BSc. En dan slaat dat BSc op Bachelor of Science, wat niet meer inhoud dan het feit dat ik de eerste drie jaar van mijn studie heb afgerond. Het is niet dat ik hier veel mee kan, naast het feit dat ik zo leraar biologie kan worden, maar het is natuurlijk wel een feestje waard! 's Middags een paar collegepraatjes afgesloten met de uitreiking van de bachelorbul en borrel. Daarna heerlijk met mijn ouders bij Humprey's gegeten.
Eindelijk is die puur theoretische fase helemaal officieel afgesloten en kunnen we praktisch bezig gaan. De afgelopen weken heb ik al flink wat "leuke" dingetjes gedaan, zoals hechten en kleine verrichtingen uitvoeren. De praktijk is nog veel leuker dan de theorie! Gelukkig maar, want dit is wat ik later uiteindelijk als baan krijg!


Eindelijk is die puur theoretische fase helemaal officieel afgesloten en kunnen we praktisch bezig gaan. De afgelopen weken heb ik al flink wat "leuke" dingetjes gedaan, zoals hechten en kleine verrichtingen uitvoeren. De praktijk is nog veel leuker dan de theorie! Gelukkig maar, want dit is wat ik later uiteindelijk als baan krijg!


Co-schappen @ 14 oktober 2009 18:58 - 3 reacties

De laatste paar dagen/weken waren druk, druk, druk! Elke dag training voor de co-schappen; van 's ochtends tot aan het einde van de middag. En dan na het avondeten de volgende dag voorbereiden... en dan is het ook de bedoeling dat je flink wat theoretische stof leert. Co-schappen lopen is wel even wat anders dan de "normale" geneeskunde bachelor. Toch valt er ook een heleboel te leren. Ik kan inmiddels onder andere bloedprikken, een infuus aanleggen, injecteren, redelijk mijn stethoscoop hanteren, percuteren, palperen en ik leg een hele mooie intracutane hechting (voorlopig alleen nog in varkenspoten). Na al deze vaardigheidstrainingen, gesprekken met simulatiepatiënten en theoretische colleges word je naast een toetsing van vaardigheid ook nog eens op de klassieke wijze getest, met een "good old" tentamen over een flinke lading leerstof. Het kostte wat tijd om alles te leren, maar volgens mij heb ik nu eindelijk alles in the pocket.
Het tentamen zelf was overigens een lachertje; zo'n 75%-80% van de vragen zat in eerdere toetsen. Gelukkig had ik die goed bestudeerd, zoals zelfs de docenten al hadden aangegeven. Als je namelijk de normale leerstof leert scoor je gemiddeld een 3; iedereen leert dus oude tentamens. Veel nieuwe vragen zijn overigens lastig, multi-interpretabel en zijn vaak ook niet in de leerstof terug te vinden. Gewoon onthouden en opslaan in een Word-bestandje voor de volgende mensen die het blok Heelkunde gaan lopen; grote kans dat zij die paar rare vragen ook krijgen. Een zeer vreemd systeem; er wordt zo op geen enkele manier kennis van studenten getoetst, want iedereen weet de toetsvragen toch al. Zakken is lastig!
Hoe dan ook; ik heb dat dus allemaal achter de rug en ben nu eindelijk klaar om voor het eerst de kliniek in te gaan. Grappig genoeg mag ik direct meelopen op de afdeling chirurgie in Winschoten, dus ik ga komende vijf weken weer lekker bij mijn ouders logeren. Ik ben benieuwd hoe het allemaal gaat lopen. Ga ik voor het eerst hechten? Kan ik net zo goed op echte patiënten bloedprikken als op de plastic armen uit de faculteit? We zullen zien!
Het tentamen zelf was overigens een lachertje; zo'n 75%-80% van de vragen zat in eerdere toetsen. Gelukkig had ik die goed bestudeerd, zoals zelfs de docenten al hadden aangegeven. Als je namelijk de normale leerstof leert scoor je gemiddeld een 3; iedereen leert dus oude tentamens. Veel nieuwe vragen zijn overigens lastig, multi-interpretabel en zijn vaak ook niet in de leerstof terug te vinden. Gewoon onthouden en opslaan in een Word-bestandje voor de volgende mensen die het blok Heelkunde gaan lopen; grote kans dat zij die paar rare vragen ook krijgen. Een zeer vreemd systeem; er wordt zo op geen enkele manier kennis van studenten getoetst, want iedereen weet de toetsvragen toch al. Zakken is lastig!
Hoe dan ook; ik heb dat dus allemaal achter de rug en ben nu eindelijk klaar om voor het eerst de kliniek in te gaan. Grappig genoeg mag ik direct meelopen op de afdeling chirurgie in Winschoten, dus ik ga komende vijf weken weer lekker bij mijn ouders logeren. Ik ben benieuwd hoe het allemaal gaat lopen. Ga ik voor het eerst hechten? Kan ik net zo goed op echte patiënten bloedprikken als op de plastic armen uit de faculteit? We zullen zien!
Wederom geen reactie @ 24 september 2009 22:11 - 4 reacties


De avonturen van Frikandel Man @ 20 september 2009 12:22 - 4 reacties

Big Brother is watching you! @ 18 september 2009 15:46 - 7 reacties

Waarom lezen we allemaal De Vliegeraar? En waarom ga jij binnenkort helemaal op in The Lost Symbol, de nieuwe van Dan Brown? Wat mij betreft komen ze helemaal achteraan op mijn lijstje met nog te lezen boeken. De Westerse wereld heeft zoveel intellectuele eigendommen wat literatuur betreft dat het eigenlijk onzinnig is om de zojuist genoemde boeken als eerste te gaan lezen. Zouden deze twee literaire hoogstandjes, momenteel miljoenen waard, later echt zoveel verschil maken? Dat men De Da Vinci Code niet één, twee, drie vergeet is nog voor te stellen. Maar de kans dat een vijfde Dan Brown boek, waarvan het plot nu al te voorspellen is, later in het lijstje me essentiële literatuur komt is vrij klein. Daarom denk ik: waarom tijd verspillen met het lezen van vergankelijke teksten als we al tonnen intellectueel eigendom verzameld hebben in de afgelopen tientallen, honderden en zelfs duizenden jaren?
Toen ik nog naar de middelbare school ging, voor mijn gevoel zo’n eeuw geleden, hoefden we voor Engels alleen maar een lijstje van boeken en bijbehorende auteurs te leren. Simpel stampwerk, dus niets bijzonders. Maar er komt een dag dat je je beseft dat de titels die je toen in een half uurtje leerde wel degelijk een bepaalde waarde hadden in het verleden. En nu wil ik ze écht lezen: allemaal! Van Arthur Canon Doyle’s Sherlock Holmes tot Mary Shelley’s Frankenstein en van Jane Austens Sense and Sensibility tot H.G. Wells’ The War of the Worlds. En zelfs Darwins On the Origin of Species of de Bijbel. Niet specifiek Engels; ook de Nederlandse klassiekers Max Havelaar en Van den vos Reinearde of Homerus’ Ilias of Odyssee staan sinds korte tijd op mijn alsmaar groeiende lijst.
Als begin heb ik George Orwells topper 1984 erbij gepakt. En ja, dit is zo’n literair hoogstandje waar ik naar op zoek ben! Een perfecte weerspiegeling van de angsten van een na-oorlogse burger uit Engeland. Alhoewel totallitaire regimes, zoals het Leninisme/Stalinisme of het Nationaal Socialisme, totaal geen angst meer inboezemen bij gezonde Westerlingen vind ik het prachtig om te zien hoe een capitalist als Orwell er destijds over dacht. En natuurlijk speelt de beruchte zinsnede “Big Brother is watching you!” ook een bescheiden rolletje. Iedere degelijk opgevoede burger of fan van de commerciële omroep van eind jaren ’90 (Veronica was het toch?) weet dat Big Brother uit 1984 komt. Maar hoeveel procent van de populatie heeft dat boek nou eigenlijk gelezen? Mijn standpunt: ga niet interessant lopen doen als je de bijbehorende literatuur niet eens onder ogen hebt gehad. Tuurlijk: iedereen kan Wikipedia lezen, maar slaat er nog wel eens iemand een fatsoenlijk boek open? Hoog tijd om dus weer eens een boek, digitaal of ouderwets analoog, in te duiken!
Toen ik nog naar de middelbare school ging, voor mijn gevoel zo’n eeuw geleden, hoefden we voor Engels alleen maar een lijstje van boeken en bijbehorende auteurs te leren. Simpel stampwerk, dus niets bijzonders. Maar er komt een dag dat je je beseft dat de titels die je toen in een half uurtje leerde wel degelijk een bepaalde waarde hadden in het verleden. En nu wil ik ze écht lezen: allemaal! Van Arthur Canon Doyle’s Sherlock Holmes tot Mary Shelley’s Frankenstein en van Jane Austens Sense and Sensibility tot H.G. Wells’ The War of the Worlds. En zelfs Darwins On the Origin of Species of de Bijbel. Niet specifiek Engels; ook de Nederlandse klassiekers Max Havelaar en Van den vos Reinearde of Homerus’ Ilias of Odyssee staan sinds korte tijd op mijn alsmaar groeiende lijst.
Als begin heb ik George Orwells topper 1984 erbij gepakt. En ja, dit is zo’n literair hoogstandje waar ik naar op zoek ben! Een perfecte weerspiegeling van de angsten van een na-oorlogse burger uit Engeland. Alhoewel totallitaire regimes, zoals het Leninisme/Stalinisme of het Nationaal Socialisme, totaal geen angst meer inboezemen bij gezonde Westerlingen vind ik het prachtig om te zien hoe een capitalist als Orwell er destijds over dacht. En natuurlijk speelt de beruchte zinsnede “Big Brother is watching you!” ook een bescheiden rolletje. Iedere degelijk opgevoede burger of fan van de commerciële omroep van eind jaren ’90 (Veronica was het toch?) weet dat Big Brother uit 1984 komt. Maar hoeveel procent van de populatie heeft dat boek nou eigenlijk gelezen? Mijn standpunt: ga niet interessant lopen doen als je de bijbehorende literatuur niet eens onder ogen hebt gehad. Tuurlijk: iedereen kan Wikipedia lezen, maar slaat er nog wel eens iemand een fatsoenlijk boek open? Hoog tijd om dus weer eens een boek, digitaal of ouderwets analoog, in te duiken!





















Contact
Nintendo Friendcodes
Dashboard Widget





